Heleen haar verantwoordelijkheidsgevoel

Als je het aankijkt, mag het er zijn en verandert het.

Vandaag sprak ik Heleen, die een tijdje geleden bij een opstellingendag was. Ze vertelde hoeveel er veranderd was sinds die dag. Ze voelde zich zoveel lichter en beter en was aan het ontdekken hoe het was om goed voor zichzelf te zorgen. Aan alles was te merken hoe blij ze was. En dat maakte mij blij, dat snap je.

Ik weet uit eigen ervaring wat een opstelling kan doen en het is geen quick-fix, maar jeetje wat is het mooi om te zien dat het zoveel kan brengen. Ik deel graag haar verhaal met je.

Heleen bracht tijdens de opstellingendag een vraag in over waar haar enorme verantwoordelijkheidsgevoel vandaan kwam.

“Heleen keek naar zichzelf in de opstelling en zag wat ze al zolang had gevoeld. Ze had zoveel gedragen, ze had zich zo verantwoordelijk gevoeld voor het geluk van haar moeder dat ze zelf helemaal vergeten was. Vooral ook door zichzelf. Nu zag het letterlijk voor zich en eindelijk ze zich daarvan bevrijden. Haar representant huilde en zelf kon ze ook niet anders. Wat een opluchting.”

Liefde uit balans

Er zijn drie systemische wetten:

  • De balans geven en nemen
  • Iedereen heeft een eigen plek
  • Iedereen hoort erbij

De systemische wet van geven en nemen zegt dat er altijd een balans hoort te zijn tussen geven en nemen, behalve bij ouders. Ouders geven en kinderen nemen.

In de opstelling werd zichtbaar dat Heleen haar moeder een zwaar leven had en dat Heleen al jong aanvoelde dat haar moeder veel verdriet had. Kinderen voelen feilloos aan of een ouder zorg nodig heeft en vanuit liefde gaat een kind dan zorgen. Heleen was dan ook als kind voor haar moeder gaan zorgen. In plaats van dat haar moeder gaf, nam haar moeder en daardoor kon Heleen geen kind zijn en kwam als het ware in de ouderrol.

Een eigen plek

In het boek ‘de Fontein’ van Els van Steijn wordt het familiesysteem beschreven als een omgekeerde champagnefontein, waarbij je zelf het onderste glas bent en je ouders daarboven staan en hun ouders weer daarboven etc..

Als je op de juiste plek in je familiesysteem staat, dan stroomt het (de energie van het familiesysteem) in je leven. Als je op de onjuiste plek staat, dan doet het dat een stuk minder. Door o.a. voor een ouder te gaan zorgen ga je van je kindplek af. In de fontein heet dat: je stijgt op in de fontein. Je gaat naast je ouder(s) staan of zelfs erboven.

Je neemt door het zorgen voor een ouder oneigenlijke verantwoordelijkheid op je, zoals bij Heleen het zorgen voor haar moeder als klein meisje. Heleen voelde dat haar moeder dat niet zelf kon en wel nodig had. Heleen vroeg niets terug. Haar beloning was dat ze belangrijk was voor haar moeder.

(Over-)verantwoordelijk

Heleen’s moeder was inmiddels overleden, maar het gevoel van verantwoordelijk zijn was er niet minder van geworden. Heleen voelde zich over-verantwoordelijk voor alles en iedereen. Op het werk liep ze alle gaten dicht en pakte op wat anderen lieten liggen. Ze stond altijd voor iedereen klaar. De laatste tijd knaagde het aan haar. Ze had veel last van haar nek en schouders. Alsof er letterlijk iets zwaars op lag. En ze sliep slecht.

Het dragen van verantwoordelijkheid die eigenlijk niet van jou is, kan een gevoel van kracht geven. Heleen deed ertoe toen ze voor haar moeder zorgde (en dat vertelde haar moeder haar ook) en dat zorgen was ze blijven doen. Het overnemen van taken die eigenlijk niet van jou zijn, kost veel energie. Net als het altijd klaar staan voor iedereen.

Het was wat Heleen kende en wat ze was blijven doen. Het maakte haar nog steeds belangrijk. Dacht ze. Toch ging het nog steeds niet echt om haar en bleef ze onbewust in de kind-rol. Ze werd er niet gelukkig van.

Je eigen geluk

Volwassen worden betekent volledig verantwoordlijk zijn voor je eigen geluk. Dat klinkt logisch, maar wat als een ander niet zo gelukkig is, als een ander dingen laat liggen? Kun je dan toch gelukkig zijn? Het gaat om jouw geluk toch….

Als je niet op je plek in je familiesysteem staat, dan is het vaak erg moeilijk om volwassen te worden (en gelukkig te zijn). Volwassen worden betekent ook kind van je ouders zijn. Met alles erop en eraan.

Heleen had geen kind kunnen zijn. Haar ouders wilden wel voor haar zorgen, maar wisten niet hoe. Ze hadden gegeven wat ze konden. Het lukte Heleen niet om haar moeder gelukkig te maken, en haar vader evenmin, en dat voelde zo zwaar.

In de opstelling kon ze alle zwaarte die zolang op haar schouders had gedrukt, teruggeven aan haar ouders. Het was haar taak niet om ze gelukkig te maken. Daarna kon ze haar plek innemen als kind, de plek voor haar ouders.

Heleen voelde in haar lijf hoe anders dat voelde, het stroomde echt net als haar tranen. Ze was opgelucht, heel erg opgelucht. Ze hoefde en kon alleen maar dragen wat van haar was.

En dat deed ze.